De omgangsrechten van opa en oma

De omgangsrechten van opa en oma

Op 4 juni wordt in Nederland de ‘Nationale Opa- en Omadag’ gevierd. Op deze dag worden grootouders en overgrootouders extra in het zonnetje gezet. In deze blog wordt daarom aandacht besteed aan de rechten van grootouders met betrekking tot hun kleinkinderen na echtscheiding of een relatiebreuk van hun kinderen.

Ouderschapsplan
Een scheiding of relatiebreuk kan niet alleen grote gevolgen hebben voor de ouders en hun kinderen, maar ook voor de grootouders. In een ouderschapsplan worden de door de ouders gemaakte afspraken vastgelegd over onder andere de hoofdverblijfplaats van de kinderen en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Afspraken over de contacten en omgang tussen de kinderen en hun grootouders worden daar meestal niet in meegenomen.

Buiten spel?
Waar grootouders vóór de echtscheiding vaak nog een grote rol speelden in de zorg- en opvoeding van de kinderen, is het maar de vraag hoe dat na een breuk tussen de ouders zal zijn. Voor grootouders kan dit het gevoel geven dat zij buiten spel worden gezet en dat zij voor het contact met hun kleinkinderen afhankelijk worden van de welwillendheid van de ouders. Toch hebben ook grootouders rechten als het gaat om omgang met hun kleinkinderen.

Omgangsrecht volgens de wet
Op grond van artikel 1:377a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem of haar staat. Alleen ouders hebben dus een wettelijk recht op omgang. Toch staan grootouders niet met lege handen als zij kunnen aantonen dat zij in een nauwe persoonlijke betrekking staan tot hun kleinkind. In dat geval kunnen ook grootouders, indien ze door de scheiding het contact met hun kleinkind verliezen, de rechter verzoeken een omgangsregeling vast te stellen met hun kleinkind.

Nauwe persoonlijke betrekking
Alleen het feit dat sprake is van een familieband tussen de grootouders en het kleinkind is niet voldoende om te voldoen aan het vereiste van een ‘nauwe persoonlijke betrekking’. In de praktijk komt het er op neer dat er al voor de relatiebreuk van de ouders (of het overlijden van een van de ouders) sprake moet zijn (geweest) van structureel en regelmatig goed contact tussen de grootouders en het kleinkind.

Voorwaarden vanuit de rechtspraak
Daaraan worden in de rechtspraak wel strenge eisen en voorwaarden gesteld. De grootouders moeten zeer betrokken zijn geweest bij het kleinkind en het contact moet het normale contact tussen grootouders en kleinkinderen te boven gaan. In de situatie dat grootouders bijvoorbeeld standaard een dag per week voor een kleinkind zorgden, kan sprake zijn van een nauwe persoonlijke betrekking, maar dit is niet per definitie het geval. Het zal dan mede afhangen van de betrokkenheid van de grootouders op andere momenten.

Belangenafweging bij verzoek om omgangsregeling kleinkind
Op grond van het tweede lid van artikel 1:377a BW kunnen de grootouders (die in een nauwe persoonlijke betrekking staan tot het kind) de rechter een verzoek voorleggen om een omgangsregeling vast te stellen. Het is dan nog niet direct gezegd dat de rechter een dergelijk verzoek ook zal toewijzen. Bij de beoordeling van een verzoek om een omgangsregeling met een kleinkind vindt altijd een belangenafweging plaats waarbij het belang van het kind voorop staat.

Belang van het kleinkind staat voorop
Een rechter zal een verzoek om een omgangsregeling met een kleinkind afwijzen als de omgang niet in het belang is van het kind. Uit de jurisprudentie blijkt dat hiervan sprake kan zijn indien de verhoudingen tussen de ouders onderling, of de verhouding tussen (een van de) ouders en d grootouders ernstig verstoord is. In het geval van een vechtscheiding waarbij een kind klem of verloren dreigt te raken in de strijd tussen ouders over de zorgregeling, kan de rechter oordelen dat een extra omgangsregeling met de grootouders te belastend is voor het kind. Ook als voorzien wordt dat een kind bij een omgangsregeling continu geconfronteerd zal worden met de slechte verhouding tussen (een van) de ouders en de grootouders kan de rechtbank oordelen dat een omgangsregeling met die grootouders te belastend is voor een kind.

Het gaat er dus om dat het belang van het kind bij contact met de grootouders wordt afgewogen tegen de eventuele belasting die dit met zich mee zou brengen voor het kleinkind en de ouders. Ondanks de belangrijke rol die de meeste grootouders hebben in het leven van de kleinkinderen, kan dus op voorhand geen zekerheid worden gegeven over de kans van slagen van een verzoek om een omgangsregeling.

Nader advies
Heeft u juridische hulp nodig bij een verzoek tot een omgangsregeling met een kleinkind? Neemt u dan gerust telefonisch of per e-mail contact met ons op voor een gesprek bij ons op kantoor. Wij helpen u graag!

B.M. (Nardie) van Ham-Oude Elferink
M.W.G. (Mario) Versendaal

MR. B.M. (Nardie) van Ham-Oude Elferink

Call Now Button