Go to menu
Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikerservaring te verbeteren Accepteren zie ook onze privacy- en cookieverklaring

Direct contact opnemen? Wij zijn dagelijks bereikbaar via 0527 618333 of via info@scholtensadvocaten.nl

Social media en relatiebeding

Gepubliceerd op: 16 oct. 2013

Arbeidsrecht

Social media, zoals Facebook, LinkedIn en Twitter, zijn inmiddels ook in het zakelijk verkeer niet meer weg te denken. Dit betekent dat ook werknemers deze media niet alleen meer in de privésfeer gebruiken, maar ook in het zakelijk verkeer. In het arbeidsrecht leidt dat tot allerlei nieuwe vragen, waarbij regelmatig de rechter de knoop moet doorhakken. Er zijn de laatste tijd bijvoorbeeld enkele uitspraken gedaan over het gebruik van social media in combinatie met de vraag of een werknemer zich schuldig maakte aan overtreding van zijn of haar relatiebeding

Relatiebeding
Het relatiebeding is een bijzondere vorm van concurrentiebeding. Op grond van een relatiebeding is het de werknemer verboden om na beëindiging van zijn dienstverband gedurende een bepaalde periode contacten te onderhouden met klanten en/of relaties van de voormalige werkgever. Wat dient nu onder “contacten onderhouden” te worden verstaan in relatie tot het gebruik van social media? Wordt onder “contacten” slechts de offline contacten bedoeld of toch ook de online contacten? Heeft het gebruik van social media een privé of zakelijk karakter?

LinkedIn-netwerk uitbreiden met relatie voormalig werkgever
In deze zaak was het de werknemer op grond van zijn relatiebeding verboden om met relaties van de voormalige werkgever contact te hebben of te onderhouden, in de meest ruime zin van het woord. Een aantal relaties werd ook expliciet genoemd. De werknemer voegt na einde dienstverband een relatie van zijn voormalige werkgever toe aan zijn LinkedIn-netwerk. Daarnaast had de werknemer met deze relatie contact gehad over een offerte. Hoewel in het relatiebeding niet uitdrukkelijk was opgenomen dat het verbod ook gold voor het uitnodigen of accepteren van een relatie op social media, bepaalde de rechtbank Arnhem op 8 maart 2011 dat de werknemer het relatiebeding wel degelijk had geschonden.

Twitteren met kandidaat voormalige werkgever
Op 24 november 2011 oordeelde de rechtbank Arnhem dat een werkneemster (adviseur werving en selectie) haar relatiebeding had overtreden door met een kandidaat, die zij 2 keer had geplaatst bij een opdrachtgever, te gaan twitteren over een openstaande vacature en het opsturen van een CV. In het relatiebeding van de werkneemster was opgenomen dat zij zich gedurende een jaar moest onthouden van het acquireren in de ruimste zin van het woord. Ook hier oordeelde de rechter dat het relatiebeding was geschonden. Volgens de rechter viel een “kandidaat” ook onder het relatiebeding nu hier sprake was een werving- en selectiebureau.

In een zaak die speelde bij het Hof Den Haag (21 februari 2012) en waarbij een ex-werknemer op twitter berichten plaatste dat hij op zoek is naar zzp’ers op het terrein van ‘finance’, het terrein waarop zijn voormalige werkgever ook actief was, was er volgens het Hof hier toch geen sprake van overtreding van het relatiebeding. Het Hof motiveerde zijn beslissing door te stellen dat twitter een eenzijdige actie vanuit de volger is, waarbij een uitnodiging en acceptatie daarvan niet nodig is, in tegenstelling tot bij LinkedIn of Facebook. Het Hof gaf daarbij ook nog aan dat deze algemene tweet beschouwd kan worden als een moderne vorm van adverteren.

Klant is vriend op Facebook
Bovengenoemde 3 uitspraken hadden allemaal een zakelijk karakter. In de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 8 februari 2012 was er ook sprake van een relatiebeding waarbij het de werknemer verboden werd (voormalige) leden en leerlingen van zijn voormalige werkgever te benaderen of met hen op welke wijze dan ook zaken te doen of contacten te onderhouden. Het ging hier om een dansleraar die na het einde van zijn dienstverband een eigen dansschool aan het opzetten was. Een aantal leerlingen van zijn voormalige werkgever was vriend met hem op Facebook, hetgeen volgens de voormalige werkgever overtreding van het relatiebeding inhield. Volgens de rechter hebben uitingen via social media in beginsel een privé karakter en vallen deze dus onder het grondrecht van vrije meningsuiting. Dit is volgens de rechter echter anders indien er duidelijk sprake is van een zakelijk karakter. In dit geval was er sprake van het onderhouden van de contacten in de privésfeer en werd de werknemer in het gelijk gesteld.

Conclusie
De laatste uitspraak laat inmiddels zien dat de rechtspraak een onderscheid maakt in de wijze waarop social media wordt gebruikt. Betreft het uitsluitend een privé karakter dan zal er niet snel sprake zijn van overtreding van het relatiebeding. Is er echter sprake van een zakelijk karakter, dan wordt overtreding van het relatiebeding sneller aangenomen. Daarnaast wordt er in de rechtspraak een onderscheid gemaakt tussen de verschillende typen van social media, waarbij bij twitter wordt aangegeven dat dit een meer eenzijdige handeling is, die minder snel tot overtreding van het relatiebeding zal leiden dan het gebruik van LinkedIn of Facebook. De grenzen blijven soms moeilijk te trekken. Een ding is duidelijk, het gebruik van social media en de snelle groei er van zal ook de komende jaren in het arbeidsrecht blijven leiden tot nieuwe vragen die door de rechter beantwoord zullen moeten worden.

Mr. W.B. Oeverhaus